‘In circulaire economie zit vooral veel economie’

Vergeet het even vaak gebruikte als misbruikte begrip duurzaam. We staan op de vooravond van de doorbraak van de circulaire economie. Dat model haalt zowat alle bestaande businessmodellen grondig overhoop. Het goede nieuws? Op termijn worden we daarvan niet alleen ecologisch beter, maar ook economisch.

Het uitgangspunt van de circulaire economie lijkt relatief eenvoudig. Producten en grondstoffen verbruik je niet langer, je gebruikt ze alleen. Het model gaat uit van een economische kringloop waarbij je zoveel mogelijk grondstoffen en materialen achteraf herbruikt of biologisch afbreekt.

De circulaire economie verschilt grondig van een zogenoemd duurzame aanpak, waarbij je in eerste instantie mikt op een optimalisering van systemen en processen. Baanbrekend? Ongetwijfeld. De zes binnen- en buitenlandse experts die voor ons hun licht laten schijnen over deze radicale economische vernieuwing zijn er vast van overtuigd dat dit model minstens evenveel kansen als uitdagingen biedt.

Het circulaire model houdt een zeer verregaande en wellicht soms heel lastige transformatie van ons economisch model in. Waarom moet duurzaam dan precies wijken voor circulair?

Brigitte Mouligneau: ‘De Vlaamse overheid ziet de circulaire economie vooral als een middel om een goed evenwicht te bereiken tussen een sterke economie, een verstandige omgang met onze grondstoffen én maatschappelijk welzijn voor iedereen. Materialen en grondstoffen moeten zo lang mogelijk, hoogwaardig in het economische circuit blijven. Dat is bij een zuiver duurzame aanpak niet altijd het geval. Een bioproduct kan bijvoorbeeld wel duurzaam geproduceerd zijn, maar als het na gebruik in de vuilnisbak belandt, blijft de toegevoegde waarde op langere termijn heel beperkt.’

Matthieu Leroy: ‘Ik heb bij IKEA heel lang rond duurzaamheid en circulaire economie gewerkt. Ik ben er uiteindelijk vertrokken omdat het bedrijf niet klaar was om zijn businessmodel op korte termijn te veranderen naar een circulair model. En dat zie ik bij de meeste grote bedrijven. Ze doen doen aarzelend een aantal stappen in de goede richting, maar de verandering gaat niet snel en radicaal genoeg. De meeste wetenschappers zijn het erover eens dat we maximaal vijftien tot twintig jaar hebben om de overstap fundamenteel te maken. Ik vrees dat de meeste bedrijfsleiders én politici dit niet genoeg beseffen.’

Steven Beckers: ‘Volledig mee eens! Duurzame ontwikkeling en circulaire economie zijn twee totaal verschillende zaken. In de circulaire economie gaat het om een positieve impact, duurzaamheid komt vooral neer op een iets minder negatieve impact. In mijn ogen is vooral het inzicht essentieel dat er in het begrip circulaire economie ook veel ‘economie’ zit. Het is een verhaal van economisch én maatschappelijk rendement, dat zichzelf terugbetaalt. Duurzaamheid komt nog te veel neer op windowdressing. We doen iets, maar ook niet te veel, omdat het dan pijn doet of geld kost.’

‘In eerste instantie moet de overheid iedereen bewust maken van de urgentie van de transitie.’
Brigitte Mouligneau, OVAM

 

Hoeveel tijd hebben we nodig om die transitie te maken?

Isabelle Delannoy: ‘Academici zijn duidelijk: het is hoog tijd om knopen door te hakken als we ons economisch model in een termijn van maximaal twintig jaar volledig willen herdenken. We beseffen nog veel te weinig dat het in de meeste sectoren al perfect mogelijk is om het productiemodel circulair te maken, en te mikken op volledige recyclage en hergebruik van materialen en grondstoffen. Alleen zo is een herstel van het planetaire evenwicht en van ons ecosysteem haalbaar.’

Matthieu Leroy: ‘Er maken wereldwijd 2 miljard mensen deel uit van “de middenklasse”, de belangrijkste verbruikers van massaconsumptie. Tegen 2030 komen daar 3 miljard mensen bij. De biosfeer kan dit onmogelijk aan in zo’n korte tijd, en dus moeten we de financiële, economische en welzijnsgroei totaal en onmiddellijk loskoppelen van het gebruik van grondstoffen.’

Iedereen hier lijkt het roerend eens over de urgentie, maar hoe stappen we uit het huidige economisch model?

Nicolas Nélis: ‘We moeten vooral durven te benadrukken dat de circulaire economie kansen inhoudt. Het is een bron van innovatie en van gedeelde waardecreatie in een bedrijf of sector. Ik merk dat die nieuwe modellen ook intellectueel vaak heel uitdagend zijn, omdat het doorgaans echt om cocreatie gaat.’

Sandra Wilikens: ‘Dit is ook en vooral een verhaal en opdracht voor alle stakeholders. Te beginnen met je eigen medewerkers, die je absoluut mee moet krijgen in een nieuw en wervend verhaal. Je moet als bedrijf een soort cultuuromslag nastreven. Zo heb ik bij de bank bijvoorbeeld geïntroduceerd dat we bij voorkeur geen nieuwe kantoormeubelen kopen. Is er ander meubilair nodig, dan werken we daarvoor samen met een bedrijf dat overal afgedankt kantoormeubilair ophaalt en het vervolgens herstelt of renoveert en opnieuw op de markt brengt. Weliswaar gaat dit gepaard met een meeruitgave vergeleken met de aankoop van nieuwe kantoormeubelen en in een concurrentiële omgeving ligt dat uiteraard gevoelig. Waarom dan niet denken aan fiscale incentives om bedrijven op het goede spoor te zetten? Of aan andere overheidsmaatregelen om bedrijven te dwingen een versnelling hoger te schakelen? Alleen kunnen we dit niet doen. Alle stakeholders moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Daarom proberen we onze klanten te sensibiliseren, om ook bij hen een nieuwe mindset te bewerkstelligen.’

De overheid als voortrekker, dat klinkt logisch, maar misschien is dat net iets té gemakkelijk?

Brigitte Mouligneau: ‘Ik denk dat wij als overheid in eerste instantie iedereen bewust moeten maken van de urgentie van de transitie. Daarom hebben we vanuit de Vlaamse overheid beslist een groot centraal steunpunt op te zetten waarin we zoveel mogelijk cijfers en indicatoren verzamelen. Zo willen we alle stakeholders duidelijk maken waarop we afstevenen als we hardnekkig blijven vasthouden aan het lineaire model.

Tegelijk hopen we aan te geven waar het potentieel ligt van circulaire businessmodellen en proberen we tegelijk de samenwerking in ketens te stimuleren. We schieten er weinig mee op als één bedrijf zijn businessmodel volledig omgooit. We moeten een volledige keten ontwikkelen van leveranciers en productiebedrijven. Tegelijk moeten we de burger mee sensibiliseren en lessen trekken uit alle bestaande initiatieven. Dus jawel, de overheid heeft in deze een belangrijke coördinerende en faciliterende rol.’

Steven Beckers: ‘Ook Europa kan een voortrekkersrol spelen. We zijn vanuit ons democratisch model goed geplaatst om een nauwe samenwerking tussen de publieke en privésector op te zetten. De publieke sector moet het goede voorbeeld geven, terwijl ik vooral richting privé kijk om met innovatieve oplossingen voor de dag te komen. Ik werk in de bouwsector al jaren met circulaire modellen en oplossingen, en het dient gezegd, het gaat nu behoorlijk snel. Zeker in Noord-Europa, maar ook in Afrika, waar ze soms slim genoeg zijn om niet dezelfde fouten te maken die wij hier jaren opstapelden.’

Matthieu Leroy: ‘Het Nederlandse voorbeeld geeft perfect aan welke belangrijke voortrekkersrol de overheid kan spelen. Minstens de helft van alle producten die openbare diensten aankopen, moeten tegen 2030 circulair van oorsprong zijn. Bedrijven die niet meegaan in dat verhaal, verliezen de overheid als klant.’

Hamvraag blijft of er voor het doorsnee bedrijf al voldoende ‘business’ en toegevoegde waarde in dat nieuwe model zit?

‘Te weinig mensen beseffen dat circulaire modellen al heel snel een stuk rendabeler kunnen worden dan traditionele modellen.’
Isabelle Delannoy, L’Atelier Symbiotique

Isabelle Delannoy: ’Te weinig mensen beseffen dat circulaire businessmodellen heel snel een stuk rendabeler kunnen worden dan de traditionele lineaire modellen. Interessant is dat het haast altijd gaat om collaboratieve modellen, waarin een aantal spelers en actoren uit de meest uiteenlopende sectoren elkaar vinden om samen een nieuw en efficiënt ecosysteem te ontwikkelen. Het komt er in eerste instantie op aan die netwerken te ontwikkelen en te stimuleren.

Ik vergelijk de impact graag met die van het internet. Net als het wereldwijde net onze manier van denken en handelen radicaal heeft veranderd, zal ook de collaboratieve economie dat doen. In eerste instantie hebben we vooral nood aan een soort van economische vrijhandelszones, waar we die nieuwe modellen kunnen uittesten en nieuwe economische indicatoren opstellen. De indicatoren en normen die we hebben, zijn haast allemaal puur financieel, en helemaal niet ecologisch of sociaal.’

Steven Beckers: ‘Daar heb je absoluut een punt. Neem de bouwsector, waar de productnormen vaak het resultaat zijn van een jarenlang proces. We hebben eenvoudigweg niet de tijd om dit allemaal nog eens over te doen voor de circulaire economie. Het moet een stuk sneller gaan. Ik kijk daarvoor ook richting banken. Zij hebben via hun dienstverlening in bijvoorbeeld leasing of financiering alle instrumenten in handen om de overstap naar een nieuwe economie extra te stimuleren. En geloof me vrij, de jongere generatie consumenten is daar ook klaar voor. Zij denkt al heel collaboratief. Voor die mensen is er geen andere weg meer.’

Over de bouwsector gesproken, die heeft de reputatie een sector te zijn met een bijzonder hoog grondstoffenverbruik. Ziet u stilaan licht aan het einde van de tunnel?

Nicolas Nélis: ‘Ik denk dat onze sector vooral nood heeft aan een soort breed wettelijk referentiekader, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de energielabels die de voorbije jaren een stevige mentaliteitswijziging veroorzaakten.

Waarom zouden we niet overwegen om de fiscaliteit aan te passen en bedrijven eerder te belasten in functie van het gebruik of hergebruik van materialen dan puur op het inkomen? Ik voel in ieder geval al een stevige mentaliteitswijziging bij de architecten. Bij de producenten van bouwmaterialen ligt dat nog een stukje lastiger, maar ook daar denk ik dat bouwheren en grote opdrachtgevers, zoals de overheid, een stevig duwtje in de rug kunnen geven.

Het grootste probleem is dat er nog geen echte waardebepaling is voor materialen bij de afbraak van een gebouw. In die zin kan een soort materialenkadaster zoals dat in Nederland onlangs werd opgericht, een grote stap in de goede richting zijn. Meten is weten. En het wordt op termijn essentieel te weten welke waarde er precies opgeslagen zit in een gebouw.’

Steven Beckers: ‘Architecten hebben doorgaans geen flauw idee hoeveel materialen of grondstoffen in een gebouw verwerkt zijn. Een materialenpaspoort voor gebouwen is absoluut een goed idee, en ik ben er haast van overtuigd dat dit binnen de vijf jaar ook in ons land een verplichting wordt. Ook voor een bank of voor andere financiers is het bijzonder interessant te weten welke waarde een gebouw precies vertegenwoordigt.’

In de Circulaire economie gaat het om een positieve impact, duurzaamheid komt vooral neer op een iets minder negatieve impact.
Steven Beckers, Lateral Thinking Factory

Doet de financiële sector dat al genoeg? Is een tandje bijsteken realistisch?

Sandra Wilikens: ‘Ook in België trekt BNP Paribas Fortis mee aan de kar, onder meer door het Belgische handvest voor duurzame ontwikkelingsdoelen te ondertekenen. Dat vertaalt de VN-doelstellingen naar initiatieven voor de privésector in ons land. De bank wil een speerpunt zijn in de strijd voor een duurzame planeet en heeft zowel intern als extern een aantal concrete programma’s opgestart. Zo werd meer dan 98 procent van de materialen van de oude maatschappelijke zetel gerecycleerd en kreeg een van onze nieuwe kantoorgebouwen van de Brusselse regering het driesterrenlabel van ecodynamische onderneming toegekend.’

‘De boodschap die we voor onze klanten hebben, passen we ook zelf toe: we hervormen ons economisch model volgens de principes van duurzame ontwikkeling. Bedoeling is om samenwerkingsmodellen op te zetten met bedrijven om de negatieve elementen van hun bedrijfsvoering, zoals de vernietiging van grondstoffen, te verkleinen, en positieve factoren zoals het herstel van het milieu, de creatie van plaatselijke jobs, enz. te vergroten. Daarom kunnen projecten die bedoeld zijn om lineaire industriële productieprocessen om te zetten in circulaire processen op onze steun rekenen.’

Brigitte Mouligneau: ‘Ook mij valt het op dat almaar meer banken bij ons aankloppen op zoek naar informatie. Banken gaan bepaalde projecten pas ondersteunen na een risicoanalyse. In die zin is het van groot belang zo snel mogelijk nieuwe indicatoren en modellen te ontwikkelen die dit toelaten. Zo kunnen we een enorme boost geven aan die radicaal vernieuwende projecten. Een heel concreet voorbeeld: vandaag financieren we doorgaans één bedrijf, maar hoe werkt dat nu concreet als we een hele keten van bedrijven moeten financieren?’

Hoe bepaal je wie welke waarde creëert in een circulair model of op een collaboratief platform?

Isabelle Delannoy: ‘Dat is absoluut een van de grootste uitdagingen. Als je binnen een groot ecosysteem werkt, moet je die waarde delen. Tegenwoordig zijn het vooral derden – zij die de deelplatformen genre Facebook of Uber opzetten en organiseren  die het geld opstrijken. Dat moet veranderen, en ik denk dat grote bedrijven in eerste instantie hun eigen concurrentie moeten organiseren, en stilaan een nieuw en rendabel model ontwikkelen. Dit gebeurt al. BMW heeft een start-up opgericht om nieuwe businessmodellen uit te testen. Tegelijk wil de Duitse autobouwer zijn werknemers helpen de bocht in te zetten.’

Matthieu Leroy: ‘We hebben inderdaad niet meer de tijd om iedereen te overtuigen. Het zullen vooral de voortrekkers uit het bedrijfsleven zijn die de rest – van de consument tot de beleidsmakers – mee op sleeptouw moeten nemen. En ik denk dat enig optimisme wel gewettigd is. Wat twee jaar geleden totaal onrealistisch en onhaalbaar leek, wordt vandaag stilaan realiteit.’

HET PANEL

Naast Sandra Wilikens, Secretary General (ook bevoegd voor CSR & Public Affairs) en lid van het executivecommittee bij BNP Paribas Fortis, schuiven ook Brigitte Mouligneau, beleidsadviseur transitie circulaire economie bij afvalstoffenmaatschappij OVAM en Nicolas Nélis, Head of Project Development bij vastgoedontwikkelaar Befimmo, mee aan tafel. Mochten we ook verwelkomen: Steven Beckers van het studie- en adviesbureau Lateral Thinking Factory en Matthieu Leroy, expert circulaire economie die na een jarenlange carrière bij IKEA STRATA en SunriseHQ oprichtte. Tot slot nodigden we ook de Franse expert Isabelle Delannoy uit. Zij is auteur van ‘L’économiesymbiotique’ en costichter van L’Atelier Symbiotique.


‘Als circulaire businessmodellen winstgevender blijken, worden ze meteen ronduit disruptief’

Hoe leveren circulaire economische modellen op termijn financiële meerwaarde op?

‘De economische waardecreatie is nog hoofdzakelijk lineair, waarbij de levensduur van producten alleen maar korter wordt. Kijk maar naar je laptop of smartphone. Binnen de vijftien jaar wordt dit model langs twee kanten uitgedaagd. Enerzijds komen er minstens 3 miljard nieuwe gebruikers van doorsnee producten bij, anderzijds zitten we midden in een enorme technologische transitie. Daardoor kunnen en moeten we grondstoffen en producten slimmer en efficiënter gebruiken. Door de optimalisering van al die processen kunnen we diensten en producten veel langer en in verschillende levenscycli gebruiken, en daar dan ook een veel hogere financiële return uithalen.’

Is de overstap naar een circulair model al voor alle sectoren een rendabele beslissing?

‘Dat verschilt enorm van de ene sector tot de andere. In pakweg de gezondheidszorg of de automotive is de overstap van een puur verkoopmodel naar een recuperatie- of as-a-servicemodel absoluut al zinvol. Voor bijvoorbeeld de verpakkingsindustrie ligt dit nog een heel stuk lastiger.’

Sommige bedrijven blijven hardnekkig inzetten op het puur lineaire model. Kunnen andere grote spelers uit hun sector die wél de stap richting circulaire economie doen, hen op termijn uit de markt dwingen?

‘Dat risico is niet denkbeeldig. Als circulaire businessmodellen een stuk winstgevender blijken, dan worden ze meteen ronduit disruptief en gaat het marktaandeel van die bedrijven vanzelf de hoogte in.’

Jamie Butterworth is partner bij Circularity Capital,een Engelse private-equityspeler die zich toelegtop de circulaire economie.