‘Nu vooral nood aan een breed draagvlak voor de circulaire economie’

De circulaire economie staat nog in haar kinderschoenen. Daarover zijn Max Jadot en Caroline Ven het roerend eens. Maar de CEO van BNP Paribas Fortis en de econome die bedrijven en overheden adviseert rond nieuwe en duurzame strategieën geloven ook sterk in het menselijke aanpassingsvermogen én in het belang van inspirerende voorbeelden als trigger voor circulaire modellen.

De circulaire economie lijkt stilaan alomtegenwoordig: hebt u het gevoel dat we met ons allen  van het bedrijfsleven over de overheid tot de consument  de impact en grootte onderschatten van de transitie die ons te wachten staat?

Caroline Ven: ‘Dat kan wel eens kloppen. Kijk gewoon naar de huidige prijszetting van heel wat schaarse materialen en grondstoffen: die prijzen liggen eigenlijk veel te laag. Daar komt nog bij dat de grote transitie wellicht pas over enkele decennia op ons afkomt. En dus blijft dit voor veel mensen toch een ver-van-ons-bedshow.’

Dat een doorsnee consument het belang en de impact van die economische transitie niet inziet, valt nog te begrijpen. Maar liggen voor de overheid en het bedrijfsleven de kaarten niet heel anders?

Max Jadot: ‘Ik denk dat we vandaag in een eerste fase zitten: er leeft wel iets en we zijn stilaan ook het stadium van een buzzwoord voorbij, maar de concepten moeten nog helder gedefinieerd worden. Tegelijk is het voor iedereen in het bedrijfsleven stilaan duidelijk dat het maatschappijmodel waarbij een heel beperkte minderheid wint en de rest alles verliest, niet langer houdbaar is. Alle stakeholders gaan nu op zoek naar concepten en oplossingen die het debat op een hoger niveau kunnen tillen.’

De kosten van een niet-duurzame aanpak lopen stilaan hoog op. Dat moet verrekend worden in risicomodellen.

Max Jadot, BNPParibas Fortis

Hoe schat u de rol van een grote bank als BNP Paribas Fortis daarbij in?

Max Jadot: ‘Die rol kan amper overschat worden. Door onze schaalgrootte kunnen we flink wat impact hebben, maar we moeten ook realistisch zijn: hier zijn we nog enkele jaren zoet mee.’

Waar liggen de grootste struikelblokken vandaag?

Caroline Ven: ‘Er is in eerste instantie de globale dimensie van dat circulaire model. Iedereen moet mee, we kunnen niet snel even de circulaire economie in België invoeren. Dat vraagt dus veel tijd. Maar individuele bedrijven kunnen nu al belangrijke stappen zetten. Umicore is daar in eigen land een prachtig voorbeeld van. Tegelijk moeten we erkennen dat dit een beetje het laaghangend fruit is. Het gaat om bedrijven die actief zijn in sectoren die de tijdshorizon van de beschikbaarheid van grondstoffen meerekenen in het nieuwe model dat ze creëren.’

‘In andere sectoren ligt het vaak een stuk moeilijker. Neem nu een veelgebruikt materiaal als beton: de recyclage daarvan is zo energie-intensief én vervuilend dat we daar nog met het hoofd tegen de muur lopen. We moeten dus het volledige systeem herdenken, en niet alleen het proces van één grondstof of product. Hier en daar moeten we ook op zoek gaan naar totaal andere oplossingen of materialen. Er is dus nog gigantisch veel werk rond innovatie, onderzoek en ontwikkeling.’

Max Jadot: ‘Het is extreem belangrijk om vandaag een ruimer bewustzijn en draagvlak te scheppen. Zoiets doe je met concrete voorbeelden, die bewijzen dat het ook anders kan. Als ik even uit eigen huis mag citeren: onze bank heeft hier vlakbij (tussen de Koningstraat en het centraal station in Brussel, nvdr) net een gigantisch gebouw afgebroken. 98,5 procent van de bouwmaterialen is gerecycleerd. Bij de toewijzing van de opdracht was die recyclage een voorwaarde, en dat heeft vruchten afgeworpen. Bouwonderneming De Meuter beantwoordde perfect aan deze voorwaarden. Tot twee jaar geleden wist ik niet dat zoiets kon. Dat wij dit nu doen, kan andere bedrijven op weg zetten. Het besef groeit dat dit haalbaar is. En tegelijk kan dat op langere termijn tot een nieuw regelgevend kader leiden.’

Onderzoek naar nieuwe businessmodellen en de noodzakelijke technologische innovatie kost geld. Is dat geld er, bijvoorbeeld voor het bedrijfsleven?

Caroline Ven: ‘Dat is absoluut een teer punt. Zeker bedrijven met een bepaalde erfenis uit het verleden vinden dit soort risicokapitaal vandaag lang nog niet vlot genoeg. Daarin zie ik dus wel een mogelijke hefboom voor de financiële sector. De puur economische dimensie van de circulaire economie vraagt zeker nog flink wat studiewerk.’

Max Jadot: ‘Een handvol jaar geleden was het concept duurzaamheid nog lang niet zo ingeburgerd in de financiële wereld als vandaag. Wat zien we nu? Groene leningen worden zelfs goedkoper dan gewone, klassieke leningen. De kapitaalkosten daarvan vallen lager uit dan die voor de gewone leningen: omdat het kostenplaatje van een niet-duurzame aanpak stilaan te hoog oploopt, moeten banken deze factor nu ook mee verrekenen in hun risicomodellen. Voor het circulaire model moeten we op een gelijkaardige evolutie mikken.’

Zien jullie al concrete voorbeelden van nieuwe stimuli voor circulaire modellen?

Caroline Ven: ‘Sinds kort moeten grotere en beursgenoteerde bedrijven, naast de puur financiële rapportering, ook niet-financiële informatie vrijgeven. Dit kan een instrument bij uitstek zijn voor bedrijven om hun strategie rond duurzaamheid op tafel te leggen. Tegelijk kan het financiers van die bedrijven ook helpen om meer voeling te krijgen met het ‘groene potentieel’ van die bedrijven op langere termijn. Meer transparantie is absoluut noodzakelijk en kan triggerend werken.’

‘We moeten eerlijk durven te zijn: voor het gros van de SRI-fondsen wordt vandaag nog vaak aan cherrypicking gedaan. Alleen de beste leerlingen van de klas komen in aanmerking. Heel veel bedrijven en activiteiten blijven nog onder de waterlijn, ook zij moeten over de brug worden gehaald.’

Max Jadot: ‘Volledig mee eens. We hebben nood aan mooie voorbeelden en aan innovatieve proefprojecten die wervend werken. Als een bank zoals de onze – die alleen al in België met een cashbalans van 120 miljard euro zit en dus gigantisch veel middelen in de economie kan pompen – daarover spreekt, dan heeft dat impact. Maar dit is natuurlijk een gedeelde verantwoordelijkheid: ook de politiek, het bedrijfsleven of de burgers moeten meeschrijven aan dit verhaal.’

Iedereen moet mee. We kunnen niet snel even de circulaire economie in België invoeren.

Caroline Ven, econome

Hoe vaak krijgt u nog te horen dat u aan greenwashing en windowdressing doet als u dit soort duurzame verhalen naar buiten brengt?

Max Jadot: (lacht) ‘Daar heb ik mee leren leven: om het even welk verhaal we brengen, we krijgen dat altijd te horen. Maar op lange termijn verandert die perceptie heus wel.’

Als jullie – als grootste bank van het land – met grote bedrijven rond de tafel zitten, krijgen jullie dan het gevoel dat de perceptie rond duurzaamheid of circulaire modellen fundamenteel anders is dan vijf jaar geleden?

Max Jadot: ‘Nee, fundamenteel is die verandering in perceptie vooralsnog niet. Maar er wordt wel steeds meer over gepraat. Sommige bedrijven staan al heel ver in hun denkoefening, anderen zijn nog te bang van de reactie van hun klanten of bankier. Er zijn wel al sprekende voorbeelden zoals Philips dat Madrid uitgerust heeft met energie-efficiënte ledlichttechnologie en de straatverlichting dus volledig energie-efficieënt heeft gemaakt. Dat heeft tot een aanzienlijke kostenreductie in het gebruik geleid en daarom economisch heel interessant. BNP Paribas Group financierde dit project. Ik ben er dan ook heel sterk van overtuigd: als je die thema’s consistent en vaak genoeg op tafel legt, dan kunnen we de koers van het schip langzaam maar zeker keren.’

Caroline Ven: ‘Ik zie vooral een risico op windowdressing als bedrijven zich in hun duurzame aanpak beperken tot een aantal randfenomenen, die niet op hun corebusiness slaan. Niets mis met mecenaat, maar circulaire modellen gaan over de kern van je business. Voor een bank gaat dit dan bijvoorbeeld over de wijze waarop ze naar financieringsdossiers kijkt. Als die verandert, dan heeft een bank écht impact.’

12/03/2018