‘Innovatie is nog te weinig een prioriteit voor de bouwsector’

Onze woningen en bedrijfsgebouwen tekenen vandaag voor zowat een derde van onze totale CO2-uitstoot. Naast de verwarming met fossiele brandstoffen blijkt, verrassend genoeg, ook de productie van bouwmaterialen een grote boosdoener. Daar ligt dus nog flink wat potentieel in de strijd tegen CO2.

Als ingenieur-architecte trok de Belgische Catherine De Wolf eerst naar het Amerikaanse MIT, waar ze een doctoraat in buildingtechnology behaalde. Vandaag werkt ze in Zwitserland, en bestudeert ze de ecologische impact van gebouwen. We brachten haar  telefonisch samen met Nicolas Bearelle, een van de oprichters van Revive. Die projectontwikkelaar creëert op duurzame wijze kwalitatieve en betaalbare woonbuurten. Daarvoor koopt Revive onder meer oude industriële panden op, die het dan volledig saneert. Daarbij zet de projectontwikkelaar sinds enkele jaren uitsluitend hernieuwbare energiebronnen in.

Hoe problematisch is het aandeel van de bouwsector vandaag in het CO2-uitstootverhaal?

Catherine De Wolf: ‘De Europese bouwsector is verantwoordelijk voor zowat een derde van al het afval dat Europa produceert. Rond CO2-uitstoot scoort de sector haast even slecht, al lopen de exacte percentages uiteen van land tot land. Er is de voorbije jaren heel wat nieuwe reglementering bijgekomen om de operationele uitstoot van gebouwen  zeg maar verwarming, koeling en ventilatie  te verminderen. Maar daarbij wordt natuurlijk nog geen rekening gehouden met de CO2 die de productie van de bouwmaterialen zelf meebrengt. Dit leidt soms tot paradoxale situaties: extra isolatie vermindert enerzijds wel de operationele uitstoot van CO2, maar tegelijk de productie van dat isolatiemateriaal tot extra CO2.’

De consument kan de bouwsector heel snel tot een mentaliteitsshift dwingen.

Catherine De Wolf, ingenieur-architect

In welke mate is het vandaag al realistisch om gebouwen met een minimale ecologische impact tegelijk ook zo kostenneutraal mogelijk te realiseren? De CO2 die veroorzaakt wordt door de bouwmaterialen zelf lijkt daarbij een stevige olifant in de kamer?

Nicolas Bearelle: ‘Doordat we in onze nieuwe projecten geen gasnetwerk moeten aanleggen, sparen we al snel enkele honderdduizenden euro’s uit. Dat geld kunnen we investeren in duurzame verwarmingstechnieken, zoals geothermie, maar op korte termijn blijft dit natuurlijk een duurder alternatief. Als je het op langere termijn bekijkt, haal je die zwaardere begininvestering er wél uit. Na vijftien jaar loopt het rendement zelfs al snel op tot 6 à 10 procent.’

‘De bouwmaterialen, dat blijft inderdaad een pijnpunt. We leggen onze ingenieurs en aannemers op om bouwmaterialen te gebruiken die zo duurzaam mogelijk geproduceerd worden, maar zeker voor isolatiemateriaal blijft dit een stevige uitdaging.’

Bij jongere klanten is duurzame energie haast vanzelfsprekend. En terecht: op termijn is het absoluut niet meer duurder.

Nicolas Bearelle, Revive

Hoe ver staan we vandaag al in de reductie van de CO2 bij de productie van veelgebruikte bouwmaterialen?

Catherine De Wolf: ‘De uitdaging is dubbel. In eerste instantie moeten we werken aan een betrouwbare en zo breed mogelijke database die aangeeft hoeveel CO2-uitstoot de fabricatie van een bepaald bouwmateriaal precies veroorzaakt. Pas als die gegevensbank voldoende uitgebouwd is, kunnen we daar ook echt rekening mee houden. In afwachting daarvan proberen we het circulaire model, waarbij we materialen telkens opnieuw hergebruiken, nu zoveel mogelijk te stimuleren. Als een gebouw gesloopt wordt, belanden de bouwmaterialen niet langer in een afvalcontainer en kan de CO2-impact dus ook gespreid worden over meerdere levenscycli.’

Is het een goed idee om een materialenpaspoort in te voeren, zoals Nederland dat nu al probeert?

Nicolas Bearelle: ‘Dat paspoort bestaat vandaag nog niet in België. Maar iedereen in onze sector die met duurzaamheid bezig is, kijkt daar inderdaad naar uit. Dat zou een stevige stap voorwaarts betekenen. Ik zie ook flink wat potentieel in modulair bouwen. Die modulaire gebouwen moet je, zodra ze van bestemming of functie veranderen, dus niet zwaar verbouwen of zelfs slopen. Ze kunnen heel vlot aangepast worden in functie van nieuwe noden. Maar nog al te veel aannemers blijven heel traditioneel denken, dat is het grote probleem in ons land. Innovatie staat doorgaans niet boven aan de to-dolijst in de bouwsector. Er zijn maar weinig sectoren waar, in verhouding tot de totale omzet, zo weinig wordt geïnvesteerd in innovatie.’

Nicolas Bearelle, Revive

Het overgrote deel van onze woningen wordt nog altijd verwarmd met fossiele brandstoffen: voeren we dan niet het verkeerde gevecht, en moeten we niet eerst die gigantische bron van CO2-uitstoot aanpakken?

Catherine De Wolf: ‘Ik denk niet dat we moeten kiezen. We moeten die strijd op beide fronten leveren.’

Nicolas Bearelle: ‘Je mag vooral niet onderschatten in welke mate het bewustzijn dat het anders moet én kan ook bij de klant op korte tijd heel erg gegroeid is. De eerste vraag die wij vandaag krijgen van een 60-plusser met nieuwbouwplannen, is welke verwarmingstechnieken we zullen gebruiken. Bij jongere klanten is duurzame energie haast vanzelfsprekend, en terecht: op wat langere termijn is het gebruik van duurzame energie absoluut niet duurder meer.’

‘Het bewustzijn rond de CO2-impact van de bouwmaterialen zelf blijft nog eerder beperkt. Bovendien bestaat er wel degelijk een prijsverschil tussen de tradtionele en meer duurzaam geproduceerde materialen. Maar ook daar kunnen we op korte termijn relatief snel vooruitgang boeken.’

Hoe kunnen we de bouwsector dan min of meer dwingen om ook in hun materiaalkeuze de duurzame kaart te trekken?

Catherine De Wolf: Ik denk dat hier een belangrijke taak weggelegd is voor de overheid. Je kunt het bijvoorbeeld wettelijk verplicht maken om alleen bouwmaterialen te gebruiken waarvan we precies weten hoe ze geproduceerd werden en wat hun CO2-impact is. Dit is ook niet zo’n reusachtige stap: veel producenten zijn daar nu al vrijwillig mee bezig. Er bestaat ook al een gegevensbank die de informatie rond heel wat materialen bundelt.’

En wat met de rol van de consument? Kan een goede en correcte sensibilisering die consument – de (ver)bouwer dus – wakker schudden?

Catherine De Wolf: ‘Ik denk dat thema’s zoals luchtkwaliteit en duurzaamheid de volgende jaren stevig aan belang zullen winnen. Ook bij het bredere publiek, dat daar vroeger misschien nog iets minder van wakker lag. Een juiste materiaalkeuze speelt daar een belangrijke rol, omdat er bijvoorbeeld ook een rechtstreeks verband is tussen de gebruikte materialen en de afvalstroom. Ik geloof heel erg in die triggerende rol van de consument. Wij wetenschappers moeten dus blijven inzetten op de bewustmaking van die consument, net omdat die de bouwsector heel snel tot een mentaliteitsshift kan dwingen.

Nicolas Bearelle: ‘Je mag het inderdaad niet aan de markt overlaten. Ik denk dat ook de overheid moet slaan en zalven. Ze kan enerzijds de bouwsector sensibiliseren, maar moet anderzijds ook een aantal fiscale maatregelen opleggen, waardoor het voor de consument aantrekkelijker wordt om de meest duurzame alternatieven te kiezen. Daarnaast zie ik toch ook heil in de realisatie van grote, collectieve bouwprojecten, omdat je dankzij die schaalgrootte het prijskaartje van innovatieve duurzame technieken per woning naar beneden kunt halen.’

20/12/2018