‘De wortel én de stok, die hebben we nu nodig’

Massaal minder vlees eten, een CO2-taks op fossiele brandstoffen, CO2 gebruiken als grondstof, … De ideeën voor de energietransitie zijn talrijk, noodzakelijk – en vaak nog niet echt rendabel. Vier experts over optimisme en de noodzaak van snel handelen: ‘Als we niets doen en blijven afwachten, loopt het prijskaartje gewoon nog veel hoger op.’

Er zijn de voorbije jaren al hele bibliotheken vol geschreven over de energietransitie en de noodzaak om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen: waar staan we in dat overgangsproces?

Ivan Janssens: ‘Hernieuwbare energie is vandaag goed voor niet veel meer dan 3 procent van de totale energiemarkt. Daar hoef ik geen tekeningetje bij te maken, toch? Er zijn echt gigantische investeringen nodig om dat proces te versnellen.’

Manon Janssen: ‘Ivan heeft gelijk, maar ik zie ook licht aan het einde van de tunnel. Het prijskaartje van zonne- en windenergie is de voorbije jaren spectaculair gedaald. Die energiebronnen zijn vandaag zelfs min of meer competitief met fossiele energie. Bovendien is ook het bewustzijn dat het anders en beter moet enorm gegroeid. Dat merk ik haast elke dag.’

Als de prijzen voor niet-fossiele energiebronnen vandaag competitief zijn met het fossiele aanbod, waarom blijven we dan aanmodderen met hernieuwbare energie?

Paul De Bruycker: ‘Ik twijfel eerlijk gezegd of die prijzen echt al competitief zijn. Bedrijven die nu aan de deur kloppen met innovatieve projecten kunnen nog altijd niet zonder subsidies als ze concurrentieel willen blijven. Dat moet dus veranderen: als we CO2 de komende jaren zoveel mogelijk willen bannen, dan moeten de duurzame alternatieven nog beter én goedkoper. Een subsidiegedreven economie is geen valabel alternatief.’

Het probleem is dat je extra belastingen nauwelijks verkocht krijgt.Kijk maar naar het protest in Frankrijk.
Sébastien Soleille, BNP Paribas

Sébastien Soleille: ‘Ik bekijk het toch iets positiever: de klimaatconferentie van Parijs in 2015 heeft duidelijk voor een mentaliteitsverandering gezorgd. De overgrote meerderheid van de bedrijven is wakker geschud. Zij beseffen dat de strijd tegen de klimaatverandering absoluut een prioriteit en een gedeelde verantwoordelijkheid is. Als we het vanuit een puur technologisch standpunt bekijken, dan staan we inderdaad nog maar aan de voet van de berg en zijn er dus nog heel veel horden.

Maar die technologische uitdaging hangt nauw samen met de maatschappelijke uitdaging: bij het grote publiek is de draagwijdte van de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen nog niet voldoende doordrongen. Daar wringt het schoentje: de consument is niet geneigd om drastische veranderingen te omarmen, omdat hij niet goed weet waar we precies naartoe moeten.’

Dus moeten we nu het grote publiek beter informeren en sensibiliseren, zodat er een breder draagvlak ontstaat voor concrete maatregelen?

Manon Janssen: ‘Ik wil dit toch enigszins nuanceren: in Nederland staan we een stukje verder. Daar is al enige tijd sprake van een echte mentaliteitsshift. Het besef is daar breed doordrongen dat we af moeten van fossiele brandstof zoals gas om onze woningen te verwarmen. Nederlanders beseffen ook heel goed de financiële impact van dit soort keuzes: op korte termijn moeten we meer betalen voor onze verwarming, op langere termijn wordt het goedkoper. Maar we hebben tenminste al een plan en een duidelijke toekomstvisie, en dat is extreem belangrijk.’

Ivan Janssens: ‘Wij hebben geen onderzoek gedaan naar de noodzakelijke stappen of trajecten per land, maar het staat wel als een paal boven water dat we het aandeel van niet-fossiele energiebronnen alleen maar stelselmatig kunnen opdrijven als we zwaar inzetten op bio-energie. En daarbij botsen we zowat overal op hetzelfde probleem: er is te weinig land beschikbaar voor die massale omschakeling richting bio-energie.

De uitleg daarvoor is eenvoudig: zowat 80 procent van alle beschikbare landbouwgrond wordt vandaag ingezet om dierenvoeding te verbouwen. Er zijn dus twee opties: ofwel eten we massaal minder vlees, vooral minder rundsvlees, ofwel gaan we op zoek naar alternatieven om dierenvoeding anders en elders te produceren. Daar ligt vandaag voor mij de grootste kans én uitdaging om het aandeel van niet-fossiele brandstoffen op korte termijn fundamenteel te verhogen, en zo ook de CO2-uitstoot drastisch terug te dringen.’

Hamvraag is dan: wie moet het voortouw nemen, en waar te beginnen?

Paul De Bruycker: ‘In essentie draait het om de wereldwijde competitiviteit. Wie zal er pakweg de Chinezen of Indiërs van overtuigen dat ze hun landbouwgrond voortaan moeten inzetten voor biobrandstoffen in plaats van dierenvoeding, waarmee ze vooral inspelen op de groeiende vleesconsumptie in hun land? Niemand, vrees ik. Dus moeten we het over een andere boeg gooien. We moeten proberen om CO2 te gebruiken als een grondstof, waardoor het een belangrijke positieve factor kan worden in dat wereldwijde competitiviteitsverhaal. Ook bedrijven zullen dan maar al te graag mee op de kar springen. En de technologie daarvoor is al min of meer beschikbaar.’

Manon Janssen: ‘Ik denk dat de technologie daar nog niet helemaal rijp voor is. Terwijl het ons nochtans niet aan financiële middelen ontbreekt om die technologie te ontwikkelen. Pensioenfondsen bijvoorbeeld willen maar al te graag investeren in de ontwikkeling van duurzame technologie. Bovendien heeft Nederland met de windmolens voldoende bewezen dat je, door nieuwe duurzame technieken in hun beginstadium te financieren met publieke subsidies, dit soort technologie op relatief korte tijd ook levensvatbaar en concurrentieel kunt maken. Vandaag zijn we in Nederland bijvoorbeeld nagenoeg gestopt met de subsidiëring van windenergie en verleggen we de focus naar de tijdelijke subsidiëring van nieuwe technologie die de CO2-uitstoot moet verminderen. We overtuigen bedrijven zo om nu – met hulp van de overheid – zwaar te investeren in radicale innovaties die hen op termijn net veel concurrentiëler maken.’

Je kunt de zaak ook omdraaien: als we fossiele energiebronnen een stuk duurder maken, zullen consument en bedrijfsleven wel geneigd zijn om te investeren in alternatieven?

Ivan Janssens: ‘Klopt. Als we stroom op basis van fossiele energiebronnen een pak duurder maken, worden de alternatieven vanzelf al een stuk concurrentiëler. Maar het is wellicht lastig om dit op wereldschaal te organiseren, en dat is noodzakelijk om Europese bedrijven competitief te houden tegenover hun Amerikaanse of Chinese concurrenten. Maar waarom zou de Wereldhandelsorganisatie niet zo’n CO2-taks kunnen opleggen?’

Op korte termijn zullen we meer betalen voor onze verwarming, op langere termijn wordt het goedkoper.
Manon Janssen, Ecorys

Manon Janssen: ‘Die richting moet het wellicht uitgaan, alleen blijft zoiets in praktijk heel lastig realiseerbaar. Een belasting heffen zorgt er niet automatisch voor dat CO2-reductieprojecten van de grond komen. Je moet bovendien niet alleen de industrie doen betalen, we zijn allemaal mee verantwoordelijk. Ook de consument zal een duit in het zakje moeten doen.’

Sébastien Soleille: ‘Ik ben daar niet zo pessimistisch over. Neem nu China: de politieke machthebbers en de bevolking vinden elkaar daar nu wel, omdat de luchtvervuiling er zo erg is, dat er wel ingrijpende maatregelen moesten komen. Tegelijk zie je dat bijvoorbeeld ook de Chinese auto-industrie zich vandaag al opwerpt tot een voorloper in elektrische auto’s. Nieuwe constructeurs daar beseffen heel goed dat ze met de klassieke verbrandingsmotor niet langer het verschil kunnen maken ten opzichte van Europa of Japan. Maar met hun innovatieve elektrische wagens kunnen ze op relatief korte termijn wereldleider worden. Waarom hebben westerse bedrijven het zo lastig met radicale omschakelingen? Omdat ze al een heel lange en succesvolle geschiedenis meedragen. Het wordt dan een stuk lastiger om het geweer van schouder te veranderen.’

Laten we het even wat concreter maken: wat is vandaag technisch al mogelijk en realistisch als we CO2 willen inzetten als grondstof?

Ivan Janssens: ‘CO2 kan via plasma geconverteerd worden tot methanol of ethanol, waardoor het als grondstof voor andere producten kan worden gebruikt. Maar die technologie zal de eerste tien of twintig jaar economisch wellicht nog niet rendabel zijn.’

‘Een andere mogelijkheid is het gebruik van CO2 om algen te verbouwen. Algen zijn niet inzetbaar als biobrandstof, dat weten we ondertussen, maar ze kunnen wel een interessante bron van moleculen vormen voor de farmaceutische industrie. Dit kan dus wel tot een economisch rendabel model leiden, ook al omdat de restanten van die algen tot dierenvoeding kunnen worden verwerkt. Het bijkomende voordeel is dat je hiervoor geen landbouwgrond moet opofferen.’

‘De meest veelbelovende technologie vandaag is die waarbij we CO2 opvangen door te laten reageren met basalt. Basalt bevat heel wat silicium, calcium en magnesium, en die materialen zijn vandaag fel begeerd in tal van sectoren en kunnen de productiviteit van de landbouw verhogen.’

Waar wachten we dan nog op?

Ivan Janssens: ‘De technologie is nog niet rendabel genoeg. Maar we beschikken in theorie al over de infrastructuur, want als we het klimaatakkoord van Parijs willen realiseren dan zullen de koolmijnen gesloten moeten worden en wordt de transportinfrastructuur ervan beschikbaar voor andere doeleinden. Deze technologie zou bij wijze van spreken nu meteen kunnen worden ingezet.’

Ofwel eten we massaal minder vlees, ofwel zoeken we alternatieven voor de productie van dierenvoeding.
Ivan Janssens, UA

Paul De Bruycker: ‘Wij leveren nu al CO2 aan de glastuinbouw, maar de efficiëntie daarvan is voorlopig nog heel laag. Maar ik ben er wel van overtuigd dat het niet zo heel lang meer zal duren alvorens verschillende toepassingen om CO2 op te slaan en als grondstof te gebruiken wél rendabel zullen worden.’

Manon Janssen: ‘Innovatie vraagt nu eenmaal flink wat tijd. Ik denk dat we vandaag niet zo gek veel keuze hebben, en dat we gewoon moeten inzetten op al die nieuwe technologie tegelijk. Zonder nu al echt duidelijke keuzes te maken. Als we niets doen en blijven afwachten, loopt het prijskaartje op termijn gewoon nog veel hoger op.

In welke mate kan de financiële sector een andere of grotere bijdrage leveren?

Sébastien Soleille: ‘We kunnen bedrijven uiteraard helpen om innovatieve projecten en technologie te financieren, en daar zie ik stilaan toch een belangrijke trendbreuk. Vijf jaar geleden waren veel klanten amper geïnteresseerd als we de immense uitdagingen van de klimaatverandering bij hen aankaartten. Dat is vandaag heel anders: ze luisteren naar ons. En als bank moeten wij uiteraard bereid zijn om ook projecten op langere termijn mee te ondersteunen.’

Paul De Bruycker: ‘Wij ondervinden doorgaans geen problemen om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen. Integendeel, banken zijn behoorlijk happig om mee te gaan in ons discours, op voorwaarde uiteraard dat je een sluitend businessplan kunt voorleggen. De grootste uitdaging is en blijft de noodzakelijke schaalvergroting: de sprong van kleine start-up naar echt groeibedrijf. Dat gefinancierd krijgen, het blijft in Vlaanderen nog al te vaak een pijnpunt.

Slotvraag: moeten we echt een prijs plakken op CO2 om het tij te keren?

Ivan Janssens: ‘Dat lijkt me cruciaal.’

Sébastien Soleille: ‘Het probleem is natuurlijk dat je hogere of extra belastingen vandaag amper nog verkocht krijgt. Kijk maar naar de protestacties in Frankrijk. Je moet mensen niet alleen stok, maar ook een wortel voorhouden.’

Manon Janssen: ‘Toch zou zo’n veralgemeende CO2-taks wel degelijk een zeer belangrijke trigger kunnen zijn, zowel voor de industrie als voor de individuele consument. Je moet het alleen zodanig inrichten dat het ook daadwerkelijk CO2 gaat verminderen. De volgende vraag is dan natuurlijk: hoe bepaal je die prijs? En wie neemt het initiatief, en op welk niveau? Maar op termijn gaan we zeker in die richting. De wortel én de stok, die hebben we inderdaad nodig.’