Een nieuw tijdperk voor ondernemers

Hoe kunnen ondernemingen zich succesvol transformeren in een wereld die steeds digitaler wordt? Zes experts steken de koppen bij elkaar in een debat dat net zo dynamisch bleek als de veranderingen op het terrein.

De ondernemer van vandaag is niet meer dezelfde als die van vijf jaar geleden. De wereld wordt overspoeld door de ene vernieuwende technologie na de andere. En dus moeten ondernemers zichzelf steeds opnieuw heruitvinden. Want elke dag kan er wel een nieuwe technologie of concurrent de kop opsteken – in ons land of eender waar ter wereld – die een bedreiging vormt voor de business.

Ondernemers moeten zichzelf upgraden tot ondernemers 4.0. De nieuwe geboden? Sta open voor innovatie, zorg dat iedereen in het bedrijf doordrongen is van creativiteit en innovatiedrang, geef voeding aan vernieuwende ecosystemen en transformeer zonder je eigen sterktes te verliezen.

Dat is de conclusie van een levendig debat tussen zes experts en ervaringsdeskundigen met ieder hun eigen invalshoek: Marion Debruyne (decaan Vlerick Business School), Jo Coutuer (Chief Data Officer bij BNP Paribas Fortis), Pierre De Muelenaere (oprichter van IRIS Group), Michel De Wachter (medeoprichter van Appiness), Steven Stokmans (COO Microsoft Belux) en Dado Van Peteghem (Duval Union Consulting).

Over de hele wereld worstelen ondernemingen met de omslag naar een digitale economie? Hoe brengt ons land het er in een internationale context van af?

Marion Debruyne: ‘Het bewustzijn is alvast veel groter dan enkele jaren geleden. Zowat alle ondernemingen beseffen dat de digitalisering hoog op hun prioriteitenlijstje moet staan. Toch is er nog een lange weg af te leggen. Kijk maar eens naar Nederland, dat e-commerce veel sneller heeft omarmd en waar rond die sector nu een belangrijke waardeketen is ontstaan. Zo ver staan wij nog niet.’

Steven Stokmans: ‘Ons land staat op een achtste plaats in de transformatie-index van Voka, die een vergelijking maakt van 28 EU-landen rond de transformatie van de economie, wat dus veel ruimer gaat dan alleen het digitale aspect. Dat is geen slecht resultaat. Maar als we onze competitiviteit drastisch willen opkrikken, dan moet de transformatie van onze economie wel een versnelling hoger schakelen.’

Michel De Wachter: ‘Ik zie toch ook hoopgevende signalen. We zijn in ons land niet langer vooral gebruikers van digitale toepassingen, we slagen er ook in om ze zelf te ontwikkelen en daar een succes van te maken. Showpad heeft bijvoorbeeld al een heel indrukwekkend parcours afgelegd.’

‘Of ga maar eens naar toonaangevende digitale steden zoals Londen of Seoul: daar kom je tal van Belgische starters tegen. Zij brengen kennis en ervaring terug mee naar ons land, en passen dat vervolgens toe in een kleine open markt zoals de onze. Op dat menselijke kapitaal moeten we volop inzetten.’

Veel ondernemingen zoeken nog altijd de respons op de digitalisering van hun sector. Hoe pakken ze dat het best aan?

Dado Van Peteghem: ‘Er zijn geen goeroes en niemand heeft alle antwoorden klaar. Het beste advies is nog altijd om met kleine investeringen kleine stappen te zetten. Nog te vaak zetten ondernemingen heel grote projecten op poten die stukken van mensen kosten. Nochtans levert dat niet altijd goede resultaten op.’

‘De reden? Dergelijke projecten boeten in aan wendbaarheid, wat net cruciaal is. Neem dus kleine stappen om te achterhalen wat werkt en wat niet.’

‘In essentie is dat ook de aanpak van start-ups. En daarbij moet een onderneming in de eerste plaats vertrekken vanuit de eigen sterktes en daarop voortbouwen. Ik zie bijvoorbeeld nog te vaak dat sommige banken klakkeloos het model van de fintech overnemen of dat retailers Amazon kopiëren. Maar dat is niet de juiste strategie.’

 

HET BESTE ADVIES? ZET MET KLEINE INVESTERINGEN KLEINE STAPPEN.
Dado Van Peteghem (Duval Union Consulting)

Jo Coutuer: ‘Een geïntegreerde aanpak is cruciaal in de financiële sector. Om te beginnen staan we voor de interne uitdaging om onze bedrijfsprocessen voortdurend aan te passen aan de veranderende noden van de klant. Daarvoor moet je als financiële instelling alle commerciële, operationele en technologische processen helemaal herbekijken. Daarnaast is er nog een externe uitdaging: verbonden blijven met de maatschappij en voldoende programma’s ondersteunen waarmee je voeling houdt met innovatie.’

Co.Station, het ecosysteem voor starters waar ook BNP Paribas Fortis deel van uitmaakt, is daarvan een mooi voorbeeld.’ ‘Pas als al die infrastructuur op poten staat, is het mogelijk om concrete en dynamische acties te ondernemen. Dat belet ook dat je de pendel in een paniekreactie van de ene kant radicaal de andere kant uitstuurt. Want je onderneming moet inderdaad kiezen voor een wendbare aanpak. Maar daarbij moet je wel de kracht behouden die eigen is aan een grote geoliede machine.’

Debruyne: Het is ook bewezen dat ondernemingen succesvoller zijn als ze vertrekken vanuit een duidelijke visie over hun bestaansreden en dat als leidraad nemen om hun marsrichting te bepalen.’

‘Neem het voorbeeld van Kodak. Er is een heel groot verschil tussen jezelf zien als fotobedrijf, of als een bedrijf dat herinneringen capteert. Want in dat laatste geval sta je veel meer open voor nieuwe technologie en evoluties, die ook inhaken op dat ruimere verhaal. Dat stimuleert innovatie en helpt om de brug te slaan tussen verleden en toekomst.’

Moederschip en speedboten

Maar hoe stimuleer je innovatie nog meer? Moet innovatie van binnenuit komen? Of kunnen alleen externe spelers dat in een organisatie brengen? 

Van Peteghem: ‘Beiden zijn nodig. Je moet het eigen moederschip upgraden en tegelijkertijd zorgen voor externe speedboten die daar rond varen. Dat model duikt steeds vaker op. Een onderneming mag dat wel niet louter zien als een financiële investering. Dat is niet de meerwaarde van externe satellieten. Er schuilt vooral een enorm potentieel in de uitwisseling van kennis tussen het moederschip en de speedboten.’

Mentorschap vanuit grote ondernemingen kan starters sneller helpen groeien in finance, legal en hr. En omgekeerd kunnen starters innovatie en wendbaarheid binnenbrengen. Zonder die kennisdeling is er alleen een investeringsstrategie, waardoor beide partijen aan het einde van de rit elkaar niet vooruit helpen.’

 

IN SCHOLEN GEBEURT TE WEINIG OM KINDEREN AL HEEL JONG DE BASISVOORWAARDEN VAN ICT BIJ TE BRENGEN.
Steven Stokmans, Microsoft Belux

Debruyne: ‘Het succes van corporate venturing is volledig afhankelijk van de capaciteit om bruggen te slaan. Als dat niet lukt, zijn veel bedrijven na enkele jaren teleurgesteld over de resultaten. Dat is niet verwonderlijk. Alleen als beide partijen bereid zijn om op elkaar voort te bouwen, ontstaat er een echte kruisbestuiving tussen de investering en het hart van de organisatie. Alleen dan is er een reële impact, zowel op de grote organisatie als de starter. Anders blijft de vernieuwing beperkt tot een laagje vernis.’

Stokmans: ‘Je moet presteren terwijl je transformeert. En uiteraard hebben we onze eigen R&D met eigen innovaties. Maar daarnaast kijken we ook naar wat er rondom ons gebeurt, wat we doen met een uitgebreid netwerk van innovatiehubs en acceleratoren.’

‘Daarbij hanteren we steeds dezelfde aanpak: we investeren of ondersteunen technologie en bedrijven die ergens wel een link hebben met onze eigen business. Zo voeden we ons eigen ecosysteem. Dat is goed voor onze eigen onderneming, terwijl we tegelijkertijd ook iets teruggeven aan de maatschappij. Er is een reële impact als die twee zaken samenkomen.’

 

Zes maanden

Terwijl veel gevestigde ondernemingen moeten omgaan met disruptie die voortvloeit uit de digitale revolutie, duiken er steeds meer starters op die inhaken op de digitale evolutie. Is het voor een jonge ondernemer eenvoudiger geworden om iets op te starten?

De Muelenaere: ‘Het is allemaal heel dubbel. Door de digitale evolutie is er veel nieuwe technologie beschikbaar, waardoor een jonge ondernemer vandaag makkelijker kan starten en bovendien tegen veel lagere kosten. Tegelijkertijd is de wereld veel kleiner geworden en beschikken ondernemers in de VS, Azië en India over dezelfde tools en technologie. Daardoor speelt de concurrentie voor een starter al meteen wereldwijd, wat de uitdaging veel groter maakt.’

Lees ook: ‘Het ministerie van vertrouwen

De Wachter: ‘De lastigste periode begint zes maanden na je opstart. Dan moet je voor je idee ook echt een markt vinden. En dan botsen starters in ons land op twee grote obstakels. Om te beginnen nemen Belgische investeerders altijd de Belgische markt als uitgangspunt, wat natuurlijk een hele beperkte markt is.’

‘En tegelijkertijd is de risicoappetijt bij Belgische en Europese investeerders – zelfs bij de durfkapitalisten – beperkter dan in de Verenigde Staten. Daardoor zien starters opportuniteiten aan zich voorbijgaan.’

Coutuer: ‘Toch is er ook al veel veranderd. Voor iemand die 10 jaar geleden of vroeger met een digitale onderneming startte, was er niets voor starters. Nu is dat helemaal anders. Kijk maar naar Co.Station.’

‘En er zijn ook de Start-up Weekends, waarbij starters een weekend de tijd hebben om een idee uit te werken en daar een prototype en een businessplan rond te ontwikkelen. Het bewijst dat we nu in een andere wereld leven, waar starters sterk worden gestimuleerd en aangemoedigd.’

 

De Muelenaere: ‘Dat is ook zo. Er zijn intussen heel veel digitale ondernemers die als rolmodel fungeren. Ook aan spin-offs, incubatoren en acceleratoren is er geen gebrek. Toch zijn er nog altijd veel te weinig projecten in verhouding tot het beschikbare kapitaal. En dat komt eenvoudigweg omdat er te weinig ondernemers zijn. We moeten dus ook het ondernemerschap boosten, anders hebben alle ondersteuningsinitiatieven geen zin.’

 

WE LEVEN NU IN EEN ANDERE WERELD, WAAR STARTERS STERK WORDEN GESTIMULEERD EN AANGEMOEDIGD.
Jo Coutuer, BNP Paribas Fortis

Minecraft

Bereidt ons onderwijs jongeren genoeg voor op digitaal ondernemerschap? 

Stokmans: ‘Er ligt nog een grote opportuniteit bij de scholen, waar te weinig gebeurt om kinderen al heel jong de basisvaardigheden van ICT bij te brengen. Nochtans zijn de hulpmiddelen beschikbaar, denk maar aan een spel zoals Minecraft, waarmee jongeren spelenderwijs en zonder dat ze het zelf beseffen leren coderen. Daar ligt de sleutel.’

‘De grootste innovaties van de komende jaren zullen zich ontwikkelen op de raakvlakken tussen verschillende industrieën. Maar om welke innovatie het ook gaat, er zal bijna altijd een technologische invalshoek zijn. Dat moeten we dus al stimuleren op de schoolbanken. We moeten er alles aan doen om onze kinderen en jongeren de vaardigheden bij te brengen waar het allemaal om zal draaien: probleemoplossend denken, creativiteit en samenwerken.’

De Wachter: ‘Ik ga vaak spreken in middelbare scholen, en krijg toch het gevoel dat veel jongeren het onderwijs passief ondergaan. Het onderwijs slaagt er niet altijd in om hen te prikkelen en in te haken op hun leefwereld. Want ze hebben allemaal een smartphone, zijn actief op sociale media of hebben een eigen YouTube-kanaal.’

‘Daar zou meer aandacht naar moeten gaan. Zo kun je jongeren leren wat ze moeten doen als ze ineens veel geld verdienen met hun YouTubekanaal. Of laatstejaarsstudenten zouden al opdrachten kunnen uitvoeren voor ondernemingen. Zo prikkel je de jongeren en maak je hen ook warm voor het ondernemerschap.’

 

ZOWAT ALLE ONDERNEMINGEN BESEFFEN DAT DIGITALISERING HOOG OP HET PRIORITEITENLIJSTJE MOET STAAN.
Marion Debruyne, Vlerick Business School

Debruyne: ‘Tegelijkertijd mogen we niet de fout maken om ervan uit te gaan dat de digital natives ook per definitie goede digitale ondernemers zullen zijn. Mijn kinderen kunnen omgaan met tablets en andere digitale technologie zoals ik dat nooit zal kunnen. Maar dat alleen is niet voldoende om een goede ondernemer te zijn.’

‘Je moet de business-kant van iets kunnen inschatten en dat vertalen in een ondernemingsplan en een waardeketen. Het is dus niet voldoende om jongeren warm te maken voor ondernemerschap, ze moeten daar ook de skills voor hebben.’

Van Peteghem: ‘‘Maar is het niet jammer dat je naar een businessschool moet gaan om te leren hoe je een onderneming runt? Aan de universiteit heb ik daarover geen enkele cursus gekregen. Macro-economie, dat wel. Maar een luik over ondernemerschap was er niet.’

‘Dus tenzij het ondernemerschap echt al in jou schuilt, zal je daarover ook nooit les krijgen. En dat is jammer. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen ondernemerschap in zich hebben. Maar ze moeten er bewust van worden gemaakt dat ook dat een pad is dat ze kunnen volgen.’

 

 

IK GA VAAK SPREKEN IN SCHOLEN EN KRIJG DAAR TOCH HET GEVOEL DAT VEEL JONGEREN HET ONDERWIJS PASSIEF ONDERGAAN.
Michel De Wachter, Appiness

Kan de overheid nog stappen zetten om digitaal ondernemerschap te stimuleren en ondersteunen?

Debruyne: ‘Dat vind ik eigenlijk de verkeerde reflex. Het zit zo ingebakken in onze cultuur om voor alles naar de overheid te kijken. Ik heb vijf jaar in de VS gewoond: daar heb ik nooit de vraag horen stellen over de rol van de overheid. Want daar gaat het ook niet om. Het gaat over wat wij allemaal kunnen doen, want ieder van ons heeft een verantwoordelijkheid.’

Lees ook: ‘3 miljard klanten in één klik

De Muelenaere: ‘België lijdt al meer dan twintig jaar onder zijn institutionele complexiteit. Er zijn te veel regelgevingen die innovatie eerder afremmen dan stimuleren. En het administratieve luik is vaak zo complex dat niemand er zijn weg in vindt. Om nog maar te zwijgen over de versnippering van bevoegdheden waardoor alles weinig transparant is. Politici moeten zelf niet innoveren, maar ze mogen ook niet in de weg staan van innovatie en ze moeten ondernemerschap vergemakkelijken.’

Coutuer: ‘Met regulering is natuurlijk niets mis. Kijk maar naar de nieuwe privacywetgeving, die volgens mij echt een hele goede zaak is. De overheid kan wel nog meer doen om het vlot toepasbaar te maken, en een faciliterende rol spelen opdat ondernemingen nieuwe regelgeving ook zelf makkelijk kunnen toepassen. Daar is nog ruimte voor meer intensieve samenwerking tussen overheid en privésector. Maar we komen er wel. Dat geloof ik echt.’

Save

Save