5 financiële profielen onder de loep

Financiële planning vraagt niet noodzakelijk grote of ingewikkelde constructies, benadrukt Kristien Smedts, die als hoogleraar aan de KU Leuven gespecialiseerd is in portfoliokeuzes. We legden professor Smedts enkele concrete profielen voor.

Het kan relatief eenvoudig zijn, zegt professor Kristien Smedts. ‘Kijk naar wat er binnenkomt, maak een raming van wat er later buiten zal gaan, en stel een plan op om die twee op elkaar af te stemmen. Daarbij moet je ook rekening houden met de mate van risico die je op de verschillende momenten in je leven wilt nemen.’

Hierbij gelden enkele belangrijke basisprincipes, geeft Smedts aan. ‘Zorg te allen tijde voor een goede diversificatie van je vermogen, en beperk je tot instrumenten die je begrijpt. Anders kun je in nare situaties belanden. Dat geldt zowel voor situaties waarin je zelf financiële beslissingen neemt, als voor die waarin je voorstellen krijgt van een professional.’

Prof. Kristien Smedts, KU Leuven

 

Startende ondernemer, samenwonend met bediende, 25 jaar

Een jonge ondernemer heeft zijn geld vooral nodig om in zijn bedrijf te stoppen. Dat betekent dat hij al heel wat risico’s neemt. Met de weinige spaarcenten die hij opzij zet, neemt hij daarom het best relatief weinig risico, zoals met een goed gediversifieerde beleggingsportefeuille. Voor zijn partner is het, net zoals voor de meeste mensen van die leeftijd, zeker aanvaardbaar om redelijk wat risico te nemen met het spaargeld.

‘KIJK NAAR WAT BINNENKOMT, MAAK EEN RAMING VAN WAT ER LATER BUITEN ZAL GAAN,
EN STEL EEN PLAN OP OM DIE TWEE OP ELKAAR AF TE STEMMEN.’

Niet alleen heeft ze nog een beleggingstermijn waarin ze van een beurscrash kan bekomen, maar er wacht haar ook nog heel wat arbeidsinkomen. In het uiterste geval dat het tegenvalt met die beleggingen, kan ze dat bijvoorbeeld compenseren door meer te werken. Iemand die oud is, heeft die optie niet meer.

Koppel met een eerste huis, 35 jaar oud, tweeverdieners met kind

In dit geval werd al zwaar geïnvesteerd in de vastgoedmarkt. Veel mensen beschouwen een huis niet als een belegging, omdat ze dat gekocht hebben met het idee dat ze daar altijd zullen wonen. Als de vastgoedmarkt crasht, zullen ze dat dus ook niet voelen. Door een woning te kopen, verplichten veel mensen zichzelf wel om te sparen. De aflossing van de hypotheek vraagt discipline.

‘DOOR EEN WONING TE KOPEN, VERPLICHTEN VEEL MENSEN ZICHZELF WEL OM TE SPAREN.’

Met het geld dat het koppel overhoudt, kunnen ze op verschillende manieren vermogen opbouwen. De mate waarin en de manier waarop zal afhangen van hun positie op de arbeidsmarkt. Als ze daar begeerd zijn, kunnen ze rekenen op een stabiel arbeidsinkomen. Dat betekent dat ze een relatief groot deel van hun loon kunnen beleggen in aandelen. Is hun positie op de arbeidsmarkt precair? Dan kunnen ze beter minder risico nemen, omdat ze dat geld bijvoorbeeld nodig kunnen hebben na een ontslag.

Kleine zelfstandige, alleenstaand, 35 jaar

Het wettelijk pensioen dat een zelfstandige opbouwt is karig, en zal zeker niet volstaan om de levensstandaard op peil te houden. Een bijkomende pensioenspaarpot opbouwen is absoluut nodig. Financiële planning is veel meer dan fiscale optimalisatie. Er zijn wel een reeks fiscale stimuli om de kleine zelfstandige tot sparen aan te zetten, maar die alleen zijn niet voldoende.

‘ER ZIJN EEN REEKS FISCALE STIMULI OM DE KLEINE ZELFSTANDIGE TOT SPAREN AAN TE ZETTEN,
MAAR DIE ALLEEN ZIJN NIET VOLDOENDE.’

Het probleem is dat veel zelfstandigen weliswaar veel geld verdienen, maar daar ook veel van uitgeven. Een boekhouder is tot slot geen financieel planner. Een huisbankier is beter geplaatst om het gesprek overfinanciële planning aan te gaan.

Familiebedrijf, ondernemerskoppel met drie kinderen, 65 jaar

Enerzijds betekent eigenaar zijn van een goed draaiend bedrijf dat dit koppel een waarborg heeft voor het op peil houden van zijn levensstandaard. Anderzijds kan een overdracht naar de kinderen de kroost helpen op een moment dat ze dat geld het best kunnen gebruiken.

‘FINANCIELE PLANNING GAAT OVER HET JUISTE EVENWICHT ZOEKEN TUSSEN
DE NODEN EN DE BEHOEFTEN VAN DE SCHENKER, EN DIE VAN DE ONTVANGER.’

Als ze te lang wachten met geld over te dragen naar hun kinderen, krijgen die dat vaak pas wanneer ze zelf al in de vijftig zijn. Dan liggen de grote uitgaven zoals de aankoop van een huis dikwijls al achter de rug. Financiële planning gaat hier over het juiste evenwicht tussen de noden en behoeften van de schenker, en die van de ontvanger.

Ouderen kunnen hun kinderen of waarom niet meteen de kleinkinderen? ook financieel helpen met een schenking, bijvoorbeeld met voorbehoud van het vruchtgebruik of in ruil voor een lijfrente.

Kaderlid met niet-werkende partner, 62 jaar

Hoe dichter bij het pensioen, hoe kleiner het menselijk kapitaal. Omdat deze persoon niet veel arbeidsinkomen meer wacht waarmee hij tegenvallers in zijn beleggingen kan compenseren, is het verstandig om voor veiligere producten te kiezen. Dat wil zeker niet zeggen dat er geen plaats meer is voor risico. Een 65-jarige heeft nog gemakkelijk 20 jaar voor zich.

‘EEN 65-JARIGE HEEFT NOG GEMAKKELIJK 20 JAAR VOOR ZICH.’

Wel wil hij producten die hem regelmatig rente-inkomsten bieden om zo zijn levensstandaard te behouden na de pensionering. Het vermogen moet bovendien ook een buffer vormen voor toekomstige uitgaven die hoog kunnen oplopen, zoals zorg. Het kan ook interessant zijn om nu al na te denken over een vervroegde erfenis voor de kinderen.

 

05/10/2017